Omgang/Gezag
Omgang
Kinderen en ouders hebben recht op omgang met elkaar. Tijdens een scheidingsprocedure kunnen ouders de rechter verzoeken een omgangsregeling vast te stellen. Zij kunnen dit gezamenlijk of afzonderlijk doen. Ook als de ouders nooit met elkaar gehuwd zijn geweest, kan een omgangsregeling worden verzocht. Een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling kan worden ingediend bij de rechtbank. Een eenmaal vastgestelde omgangsregeling kan worden gewijzigd als de omstandigheden zijn veranderd of als bij het vaststellen van de regeling is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens.
Een omgangsregeling kan op allerlei manieren worden ingevuld. Een gebruikelijke regeling is één weekend per veertien dagen en de helft van de vakanties. Het staat partijen echter vrij om hiervan in onderling overleg af te wijken of een omgangsregeling te treffen die past bij de individuele situatie. Kinderen van 12 jaar of ouder wordt naar hun mening gevraagd. Deze mening wordt meegewogen door de rechter bij zijn beslissing. De rechter neemt alle van belang zijnde omstandigheden mee in zijn beoordeling.
Indien een omgangsregeling niet wordt nagekomen, kan eventueel middels bemiddeling (mediation) worden geprobeerd partijen weer op een lijn te krijgen. In het uiterste geval kan de voorzieningenrechter van de rechtbank in kort geding worden verzocht te bepalen dat de omgangsregeling dient te worden nageleefd.
Behalve omgang heeft de niet-verzorgende ouder recht op informatie en consultatie. De rechter kan op verzoek van een ouder een informatie- en consultatieregeling vaststellen. In zo'n regeling wordt vastgelegd hoe vaak bepaalde informatie wordt gegeven en op welke manier.
Gezag
Gezag kan worden onderscheiden in ouderlijk gezag, gezamenlijk gezag, voogdij en gezamenlijke voogdij. Ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door twee ouders of door één ouder. Dit is het geval bij gehuwde ouders, ouders binnen geregistreerd partnerschap en gescheiden ouders. Na scheiding blijven ouders automatisch samen het gezag uitoefenen. Dit is alleen anders indien dit niet in het belang van het kind of de kinderen zou zijn.
Indien ouders niet gehuwd zijn, dienen zij een verzoek in te dienen bij de griffie van de rechtbank om samen met het ouderlijk gezag te worden belast. Gezamenlijk gezag is gezag dat wordt uitgeoefend door een ouder en een niet-ouder samen. Onder bepaalde omstandigheden kan dit automatisch ontstaan. Hiervan is sprake als het kind is geboren tijdens het huwelijk of het geregistreerd partnerschap van de ouder met de niet-ouder en er geen andere ouder is. Voorts kan een verzoek worden gedaan bij de rechter door een ouder die samen met zijn partner het gezamenlijk gezag wenst uit te oefenen. Hiervoor dient aan een aantal voorwaarden te zijn voldaan. Wij kunnen u hierover nader informeren.
Voogdij wordt enkel uitgeoefend door niet-ouders. Er kan sprake zijn van een voogd als beide ouders zijn overleden, onbevoegd zijn tot het gezag of ontheven zijn van, of ontzet zijn uit het gezag. De voogd en zijn/haar partner kunnen de rechter verzoeken hen gezamenlijk met de voogdij te belasten. Ook kan er sprake zijn van een voogdij-instelling die door de rechter wordt benoemd.

